Understand spoken Dutch

Verbs (infinitives) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
Can I quickly pee before we leave? Mag ik even plassen voordat we vertrekken?
I forgot that today was Tom’s birthday. Ik was vergeten dat het Tom zijn verjaardag was vandaag.
Do you want to embarrass me in front of my friends? Wil je me voor schut zetten waar al mijn vrienden bij zijn?
It was terribly cold, snow was falling and it was already starting to get dark. Het was snerpend koud, het sneeuwde en begon al donker te worden.
“Let me see the egg that won't open!” said the old duck. “Laat mij het ei, dat niet wil opengaan, eens zien!” zei de oude eend.
I thought you might be interested in this. Ik dacht dat je hiervoor wel belangstelling zou hebben.
The driver went berserk when he couldn’t find his keys. De chauffeur ging door het lint toen hij zijn sleutels niet kon vinden.
He already would have been happy if the ducks would have accepted him around them Het zou al blij geweest zijn als de eenden hem maar in haar midden geduld hadden
Parents should be able to choose home education for their children in every country. Ouders moeten voor thuisonderwijs voor hun kinderen kunnen kiezen, in ieder land.
So he came home again and was sad, because he really wanted to have a real princess. Zo kwam hij dan weer thuis en was treurig, want hij wilde toch zo heel graag een echte prinses hebben.
to meet a goal (long form) te halen
to ask (long form) te vragen
to catch (long form) te pakken
to kiss (long form) te kussen
to sing (long form) te zingen
to complain (long form) te vitten
to stab (long form) te steken
to return terugkeren
to pole dance paaldansen
a few times enkele keren