Understand spoken Dutch

Verbs (infinitives) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
It was the only thing I could do. Het was het enige ding dat ik kon doen.
I would like an apointment. Ik wil graag een afspraak maken.
Would you go to Boston if you had the chance to? Zou je naar Boston gaan als je de kans had?
“She tried to warm herself,” said some. «Zij heeft zich willen warmen!» zei men.
I would rather do management now. Ik zou nu liever management doen.
Why don’t we start without Tom? Waarom beginnen we niet zonder Tom?
showed his sharp teeth and liet het zijn scherpe tanden zien en
Yes, do that! Added the chicken to this “Ja, doe dat maar!” Liet de kip hierop volgen.
I couldn’t anticipate that that would happen. Ik kon niet voorzien dat dat zou gebeuren.
Tom and Mary live in the same building. Tom en Mary wonen in hetzelfde gebouw.
We are thinking of buying some new furniture. We overwegen nieuwe meubels te kopen.
The problem can occur at any time. Het probleem kan op elk moment optreden.
Some teachers take drugs. Sommige leerkrachten nemen drugs.
I knew you were trouble the minute I saw you. Zodra ik je zag, wist ik dat je ellende zou brengen.
Here’s a list of things that Tom needs to do. Hier is een lijst met dingen die Tom moet doen.
I usually take a bath before going to bed. Meestal neem ik een bad vooraleer ik ga slapen.
When will the next concert happen? Wanneer zal het volgende concert optreden?
Tom couldn’t tell one twin from the other. Tom kon de tweeling niet uit elkaar houden.
Nobody can foresee what’ll happen. Niemand kan voorzien wat er gaat gebeuren.
Travelling abroad is not recommended. Reizen naar het buitenland wordt afgeraden.