Understand spoken Dutch

Verbs (infinitives) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
That wasn’t a hard call to make. Dat was geen moeilijke beslissing om te maken.
They think maybe Tom had a heart attack. Ze denken dat Tom misschien een hartaanval had.
Can we sit in a non-smoking area? Kunnen we in een rookvrije ruimte zitten?
I would be grateful if you could do that for me. Ik zou dankbaar zijn als je dat voor me zou willen doen.
and along my father’s garden path I saw the tall trees standing en langs het tuinpad van m’n vader zag ik de hoge bomen staan
A storm prevented the plane from taking off. Door een storm is het vliegtuig niet kunnen vertrekken.
Once upon a time there was a prince who wanted to marry a princess; but it had to be a real princess. Er was eens een prins, die met een prinses wilde trouwen; maar het moest een echte prinses zijn.
Try your best to lay eggs, or to purr or let sparks come out of your body. Doe je best maar om eieren te leggen of te spinnen of vonken uit je lijf te laten komen.
I tell you the truth, although you might find it unpleasant, but that is a proof of my friendship Ik zeg je de waarheid, al vind je dit ook niet prettig, en daaraan kan men zien, wie zijn ware vrienden zijn
to do the laundry de was doen
to resemble lijken op
making aan het zetten
to stay healthy gezond blijven
to get up early vroeg opstaan
to take a shower een douche nemen
to invent (long form) te verzinnen
to prevent (long form) te voorkomen
to take steps stappen zetten
He can play the flute. Hij kan fluit spelen.
to have someone where you want him; to have someone by the short and curlies iemand in de tang nemen