Understand spoken Dutch

"he" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
Now he clapped his wings, stretched his slender neck, and cried joyfully, from the depths of his heart. Nu klapte hij met zijn vleugels, richtte zijn slanke hals op en jubelde van ganser harte.
Now he traveled all over the world to find such a one, but all he saw lacked something. Nu reisde hij de hele wereld rond, om zo één te vinden, maar aan allen, die hij zag, ontbrak wat.
At first he did not realize that he had won the speech contest. Aanvankelijk besefte hij niet dat hij de speech-wedstrijd had gewonnen.
He was caught red-handed with the stolen goods. Hij werd op heterdaad betrapt met de gestolen goederen.
When he saw the duckling, he approached it, broke the ice in pieces with his clog, and took the animal home to his wife. Toen hij het eendje zag, ging hij er heen, trapte het ijs met zijn klomp aan stukken en bracht het dier naar zijn vrouw toe.
“No, it’s not a turkey,” thought the old duck; “Look how strong he hits his legs and how straight he knows how to keep himself!” “Nee, het is geen kalkoen,” dacht de oude eend; “kijk eens, hoe ferm hij met zijn poten slaat en hoe recht hij zich weet te houden!”
he’s fat hij is dik
he is handsome hij is knap
He is Jewish. Hij is Joods.
He got his way. Hij kreeg zijn zin.
he replaces hij vervangt
How much does he weigh? Hoeveel weegt hij?
He is a fast runner. Hij kan snel rennen.
He is disgusted by violence. Hij walgt van geweld.
he rubbed his chin hij wreef over zijn kin
He cut open his skin. Hij sneed zijn huid open.
He has a hearty laugh. Hij heeft een gulle lach.
He is a brave man. Hij is een dappere man.
He stirred the tea well. Hij roerde de thee goed.
he felt behind him hij tastte achter zich