Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"have (1st person singular)" Practice Lesson
"have (1st person singular)" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
I found one of my shoes under my bed, but I can’t find the other one.
Ik heb één van mijn schoenen onder mijn bed gevonden, maar de andere kan ik niet vinden.
Do you have a bank?
Heb je een bank?
I ordered pizza.
Ik heb pizza besteld.
I have a double chin.
Ik heb een onderkin.
I have not received a card.
Ik heb geen kaart ontvangen.
I’ve never bought jewellery.
Ik heb nooit sieraden gekocht.
I have thirteen employees.
Ik heb dertien medewerkers.
I got a letter from Tom yesterday.
Ik heb gisteren een brief van Tom ontvangen.
Yesterday was the first time I’ve ever seen Tom drunk.
Ik heb Tom gisteren voor de eerste keer dronken gezien.
I worked here.
Ik heb hier gewerkt.
I’ve already paid you.
Ik heb je al betaald.
I resigned.
Ik heb ontslag genomen.
I have no remaining questions.
Ik heb geen overige vragen.
I anticipated trouble.
Ik heb problemen voorzien.
I have’t done anything wrong.
Ik heb niets verkeerd gedaan.
I bought a new mobile phone.
Ik heb een nieuwe mobiele telefoon gekocht.
I need a raise.
Ik heb een loonsverhoging nodig.
I advised her against walking alone in the park at night.
Ik heb haar afgeraden om alleen ’s nachts door het park te wandelen.
I’m lucky.
Ik heb geluk.
I have brown hair.
Ik heb bruin haar.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
Page
1
Page
2
Page
3
Current page
4
Page
5
Page
6
Page
7
Page
8
Page
9
…
Next page
Next ›
Last page
Last »