Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
Parts of speech Dutch Courses
Adjectives Courses
Adjectives Revision Course
Adjectives Examples Lesson
Adjectives Examples Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Recording
English
Dutch
Status
Is this a bad time?
Komt het nu slecht uit?
How tall is this building?
Hoe hoog is dit gebouw?
It was nice in Boston.
Het was leuk in Boston.
That’s what the doctor said.
Dat is wat de dokter zei.
I need a doctor.
Ik heb een dokter nodig.
an old farm
een oude boerderij
That building is beautiful.
Dat gebouw is prachtig.
Your team is better than ours.
Jouw team is beter dan het onze.
Yanni needs a new bed.
Yanni heeft een nieuw bed nodig.
Tom thought it was going to hurt.
Tom dacht dat het pijn zou doen.
I hope that this will help us.
Ik hoop dat dit ons zal helpen.
You look terrible.
Je ziet er verschrikkelijk uit.
It was a big and ugly beast!
Het was een groot en lelijk beest!
It is terrible!
Het is verschrikkelijk!
The poor duckling had it very bad already.
Het arme eendje had het al heel slecht.
I’m guessing you didn’t buy this yourself.
Ik denk dat jij dit niet zelf hebt gekocht.
Yanni has a farm just outside town.
Yanni heeft een boerderij net buiten het dorp.
Tom and Mary bought an old farm.
Tom en Mary hebben een oude boerderij gekocht.
“Terribly bad!” said the princess.
“Verschrikkelijk slecht!” zei de prinses.
“What a terribly big duckling that is,” she thought; “None of the others looks like this.”
“Wat is dat een verschrikkelijk groot eendje,” dacht zij; “geen van de anderen ziet er zo uit.”
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
12
Page
13
Page
14
Page
15
Current page
16
Page
17
Page
18
Page
19
Page
20
…
Next page
Next ›
Last page
Last »