Understand spoken Dutch

Verbs (infinitives) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
I know Tom will try to do that. Ik weet dat Tom zal proberen om dat te doen.
Whenever I see this, I remember him. Telkens als ik dit zie moet ik aan hem denken.
I want to know who paid for this. Ik wil weten wie hiervoor betaald heeft.
He didn’t seem to be worried about this. Hij lijkt zich hier geen zorgen over te maken.
The only thing you should do is wait. Het enige wat je zou moeten doen is wachten.
There are trees on either side of the river. Er staan bomen aan beide kanten van de rivier.
I wish you could make it into something else ik zou wel willen, dat je dat eens wat anders kon maken
Tom learned to swim last summer. Tom heeft afgelopen zomer leren zwemmen.
I got a letter from Tom yesterday. Ik heb gisteren een brief van Tom ontvangen.
You need to set a good example for your children. Je moet het goede voorbeeld geven voor je kinderen.
“But it is so delightful to swim about on the water,” said the duckling “Maar het is zo prettig, in het water te zwemmen,” zei het eendje
We went to the park to play baseball. We gingen naar het park om te honkballen.
Leave that behind and teach your other children to swim! Laat dat maar liggen, en leer je andere kinderen liever zwemmen!
if only it could get the permit to lie in the reeds als het maar de vergunning kon krijgen, om in het riet te liggen
to get angry boos worden
to marry (long form) te trouwen
to pee (long form) te plassen
to resign ontslag nemen
to regret spijt hebben van
to introduce (long form) voor te stellen