Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"the (neutral)" Practice Lesson
"the (neutral)" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
the driver's license
het rijbewijs
the centre of town
het centrum van de stad
How do I get to the centre?
Hoe kom ik bij het centrum?
For me, the weekend is music.
Voor mij is het weekend muziek.
the shopping centre
het winkelcentrum
Finally the big egg opened.
Eindelijk ging het grote ei open.
This is the kind of music that I like.
Dit is het soort muziek dat ik leuk vind.
Sunday is the last day of the weekend.
Zondag is de laatste dag van het weekend.
Find the right answer for each question.
Vind het juiste antwoord voor elke vraag.
Saturday is the first day of the weekend.
Zaterdag is de eerste dag van het weekend.
Finally one egg after the other opened.
Eindelijk ging het ene ei na het andere open.
Tom is shopping at the shopping centre.
Tom is aan het winkelen in het winkelcentrum.
the idea
het idee
the game
het spel
the fruit
het fruit
the region
het gewest
the agreement
het akkoord
the breakfast
het ontbijt
the internet
het internet
Dutch
(long form)
het Nederlands
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
8
Page
9
Page
10
Page
11
Current page
12
Page
13
Page
14
Page
15
Page
16
…
Next page
Next ›
Last page
Last »