Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
Parts of speech Dutch Courses
Prepositions Courses
Prepositions Revision Course
Prepositions Examples Lesson
Prepositions Examples Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Recording
English
Dutch
Status
How is your hand, by the way?
Hoe gaat het trouwens met je hand?
Can you tell us more about yourself?
Kan je ons meer vertellen over jezelf?
On Monday my class starts at 8:00 am.
Op maandag begint mijn les om 8:00 uur.
I found out who Tom’s father is.
Ik ben erachter gekomen wie Toms vader is.
Find the right answer for each question.
Vind het juiste antwoord voor elke vraag.
to be responsible for
verantwoordelijk zijn voor
Finally one egg after the other opened.
Eindelijk ging het ene ei na het andere open.
I’m not the one responsible for this mistake.
Ik ben niet verantwoordelijk voor deze fout.
I’m going to Australia to work on a farm.
Ik ga naar Australië om op een boerderij te werken.
Tom is shopping at the shopping centre.
Tom is aan het winkelen in het winkelcentrum.
We have to leave now if we want to get home before dark.
Wanneer we voor het donker thuis willen zijn, dan moeten we nu op pad gaan.
They are responsible for the operation of the farm.
Ze zijn verantwoordelijk voor de uitbating van de boerderij.
to be crazy about
gek zijn op
to be in shape
in vorm zijn
this morning
vanochtend
to stay in shape
in vorm blijven
to agree on
akkoord zijn op
to meet
(long form)
te ontmoeten
I like my job very much.
Ik ben gek op mijn werk.
The car was on fire.
De auto stond in brand.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
12
Page
13
Page
14
Page
15
Current page
16
Page
17
Page
18
Page
19
Page
20
…
Next page
Next ›
Last page
Last »