Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"I" Practice Lesson
"I" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
I saw your sister the day before yesterday.
Ik zag jouw zus eergisteren.
I’m in love with you.
Ik ben verliefd op jou.
I’ll consider it.
Ik zal het overwegen.
I’m contemplating doing that.
Ik overweeg dat te doen.
I like my foreskin.
Ik hou van mijn voorhuid.
I have no remaining questions.
Ik heb geen overige vragen.
I’m selling a new car.
Ik verkoop een nieuwe auto.
I woke up just before Tom did.
Ik werd vlak voor Tom wakker.
I want to say I’m sorry.
Ik wil zeggen dat het me spijt.
he was angry that I hadn’t done it
hij was boos dat ik het niet deed
Sorry to be late.
Het spijt mij dat ik te laat ben.
I anticipated trouble.
Ik heb problemen voorzien.
I am an English teacher.
Ik ben leerkracht engels.
I shouldn’t have gotten so angry.
Ik had niet zo boos moeten worden.
I’m grateful for your help.
Ik ben je dankbaar voor je hulp.
I have’t done anything wrong.
Ik heb niets verkeerd gedaan.
I almost tripped.
Ik ben bijna gestruikeld.
I’ve got to report it.
Ik moet er een melding van maken.
I’ll call you later via the landline.
Ik bel je straks wel via de vaste lijn.
It was the only thing I could do.
Het was het enige ding dat ik kon doen.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
19
Page
20
Page
21
Page
22
Current page
23
Page
24
Page
25
Page
26
Page
27
…
Next page
Next ›
Last page
Last »