Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"I" Practice Lesson
"I" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
I found the book by chance.
Ik heb toevallig het boek gevonden.
I go on the Internet almost every day.
Ik ga vrijwel iedere dag op Internet.
Please tell me what to do.
Vertel me alsjeblieft wat ik moet doen.
I still don’t know how that happened.
Ik weet nog steeds niet hoe dat is gebeurd.
He asked me whether I could do him a favour.
Hij vroeg me of ik hem een plezier kon doen.
He always says “Hello” when I see him.
Telkens als ik hem zie, zegt hij “Goeiedag!”.
I’m pretty sure that this is Tom’s umbrella.
Ik ben er vrij zeker van dat dit de paraplu van Tom is.
I found one of my shoes under my bed, but I can’t find the other one.
Ik heb één van mijn schoenen onder mijn bed gevonden, maar de andere kan ik niet vinden.
I hate them.
Ik haat ze.
I hate it.
Ik haat dit.
Can I have a bag?
Mag ik een zak?
I miss Australia.
Ik mis Australië.
I like rice.
Ik hou van rijst.
I hate maths.
Ik haat wiskunde.
Could I see a menu?
Mag ik een menu zien?
I make furniture.
Ik maak meubels.
I eat a lot of pork.
Ik eet veel varken.
I will do my best.
Ik zal mijn best doen.
Yes, I speak English.
Ja, ik spreek Engels.
I think this is good.
Ik denk dat het klopt.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
15
Page
16
Page
17
Page
18
Current page
19
Page
20
Page
21
Page
22
Page
23
…
Next page
Next ›
Last page
Last »