Summary
The Dutch translation for “in” is in.
Examples of "in" in use
There are 695 examples of the Dutch word for "in" being used:
| Recording |
English |
Dutch |
Learn |
| |
In the United States, there is a census every ten years. |
In de Verenigde Staten vindt iedere tien jaar een volkstelling plaats. |
|
| |
And that is what they did; but the other ducks around looked at them and said to each other: |
En dat deden zij; maar de andere eenden in de rondte bekeken ze en zeiden tegen elkaar: |
|
| |
When are you planning to get married? |
Wanneer ga je in het huwelijksbootje stappen? |
|
| |
In an old apron she carried a whole supply of matchboxes, one of which she held in her hand. |
In een oud schort droeg zij een heelen voorraad lucifersdoosjes, en een daarvan hield zij in de hand. |
|
| |
Have you not come into a warm room and don’t you have a company from which you can learn something? |
Ben je niet in een warme kamer gekomen en heb je niet een gezelschap, waarvan je nog wat kunt leren? |
|
| |
Their legs went by themselves, and they were all in the water; even the ugly, greyish duckling swam along. |
Hun poten gingen van zelf, en allen waren zij in het water; zelfs het lelijke, grauwe eendje zwom mee. |
|
| |
In an old apron she carried a number of matchboxes, she was holding one of them in her hand. |
In een oud schort droeg zij een hele voorraad lucifersdoosjes, en een daarvan. hield zij in de hand. |
|
| |
confused |
in de war |
|
| |
in the west |
in het westen |
|
| |
Welcome to Japan. |
Welkom in Japan. |
|