Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"we" Practice Lesson
"we" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
Where are we?
Waar zijn we?
We’re on our way home.
We zijn op weg naar huis.
Today we have time.
Vandaag hebben we tijd.
We love each other.
We houden van elkaar.
Can we sit there?
Kunnen we daar zitten?
Can we sit outside?
Kunnen we buiten zitten?
Can we sit in the sun?
Kunnen we in de zon zitten?
We have to go now.
We moeten nu gaan.
Where are we meeting?
Waar spreken we af?
Where are we going?
Waar gaan we heen?
One day, we’ll know.
Op een dag zullen we het weten.
That’s the last thing we need.
Dat is het laatste dat we nodig hebben.
Now, that we will soon find out!
Nu, dat zullen we wel eens te weten komen!
We need to buy something for Tom.
We moeten iets kopen voor Tom.
We’re going to find out.
We zullen erachter komen.
Let’s not talk about money.
Laten we het niet over geld hebben.
Let’s find out where Tom is.
Laten we erachter komen waar Tom is.
we had
We hadden
Can we sit by the window?
Kunnen we aan het raam zitten?
We have no one to help us.
We hebben niemand om ons te helpen.
Pagination
Current page
1
Page
2
Page
3
Page
4
Page
5
Page
6
Page
7
Page
8
Page
9
…
Next page
Next ›
Last page
Last »