Understand spoken Dutch

Recent Additions

Recording English Dutch Time ago created Learn
at four o’clock om vier uur 1 month 4 weeks ago
four o’clock vier uur 1 month 4 weeks ago
four and four vier en vier 1 month 4 weeks ago
from where? Waar vandaan? 1 month 4 weeks ago
I have to do my homework. Ik moet mijn huiswerk maken. 1 month 4 weeks ago
The rash is very itchy. De uitslag jeukt erg. 1 month 4 weeks ago
The doctor examined the rash. De dokter onderzocht de uitslag. 1 month 4 weeks ago
I have a rash on my arm. Ik heb uitslag op mijn arm. 1 month 4 weeks ago
to prune the vineyards de wijngaarden snoeien 1 month 4 weeks ago
to prune the apple tree de appelboom snoeien 1 month 4 weeks ago
We have to prune the hedge before the party. We moeten de heg snoeien vóór het feest. 1 month 4 weeks ago
Today I’m going to prune the roses. Vandaag ga ik de rozen snoeien. 1 month 4 weeks ago
the white spot de witte vlek 2 months ago
a white swelling een witte zwelling 2 months ago
the cause of the fracture de oorzaak van de breuk 2 months ago
a political rift een politieke breuk 2 months ago
the fracture de breuk 2 months ago
The doctor examined the fracture. De dokter onderzocht de breuk. 2 months ago
He has a fracture in his arm. Hij heeft een breuk in zijn arm. 2 months ago
dull hair dof haar 2 months ago
His voice sounded dull with sorrow. Zijn stem klonk dof van verdriet. 2 months ago
a late harvest een late oogst 2 months ago
a rich harvest een rijke oogst 2 months ago
the grain harvest de graanoogst 2 months ago
The farmer brings in the harvest. De boer haalt de oogst binnen. 2 months ago
The harvest is good this year. De oogst is dit jaar goed. 2 months ago
the harvest de oogst 2 months ago
We picked up the apples that had fallen from the tree. We raapten de appels op die van de boom waren gevallen. 2 months ago
I pick up the paper from the ground. Ik raap het papier van de grond. 2 months ago
He picks up the toys from the ground. Hij raapt het speelgoed van de grond. 2 months ago
You must not insult anyone. Je moet niemand beledigen. 2 months ago
to insult someone iemand beledigen 2 months ago
He didn’t want to insult her. Hij wilde haar niet beledigen. 2 months ago
to insult beledigen 2 months ago
I went to school yesterday. Ik ben gisteren naar school geweest. 2 months ago
He fell to his knees before the idol. Hij viel op zijn knieën voor de afgod. 2 months ago
For him, the footballer is his idol. Voor hem is de voetballer zijn afgod. 2 months ago
For her, money is an idol. Voor haar is geld een afgod. 2 months ago
He worships a golden idol. Hij aanbidt een gouden afgod. 2 months ago
a statue as an idol een standbeeld als afgod 2 months ago