Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
Parts of speech Dutch Courses
Verbs (simple past) Courses
Verbs (simple past) 14 Course
Verbs (simple past) 14 Examples Lesson
Verbs (simple past) 14 Examples Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Recording
English
Dutch
Status
The fire devoured the house.
Het vuur verslond het huis.
It didn’t envy them at all.
Het benijdde ze volstrekt niet.
He devoured the book in one day.
Hij verslond het boek in één dag.
He caught the thief red-handed.
Hij betrapte de dief op heterdaad.
The decisive man acted quickly.
De doortastende man handelde snel.
Now it realised correctly for the first time his good luck and the magnificence that surrounded him.
Nu erkende het eerst recht zijn geluk en de heerlijkheid, die hem omringde.
He thought about how he had been persecuted and despised, and now he heard them all say he was the most beautiful of all the birds.
Het dacht aan, hoe het vervolgd en bespot was, en hoorde nu allen zeggen, dat het de mooiste van al die mooie vogels was.
One evening a strong thunderstorm came; there was thunder and lighting, the rain was pouring down, it was terrible weather!
Op zekeren avond kwam er een geducht onweer opzetten; het lichtte en donderde, de regen viel bij stroomen neer, het was een verschrikkelijk weer!
It’s better to be killed by them, than being bitten by the ducks, pecked by the chickens, kicked by the maiden who feeds the chickens, or starved with hunger in the winter.
’t Is beter, door hen gedood, dan door de eenden gebeten, door de kippen gepikt, door de meid, die aan de kippen eten geeft, geschopt te worden en in de winter gebrek te lijden!