Understand spoken Dutch

"for" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
in return for in ruil voor
The number of subscriptions for mobile banking via smartphone or tablet, almost tripled to 1,039 million. Het aantal abonnementen voor mobiel bankieren, via smartphone of tablet, verdrievoudigde bijna tot 1,039 miljoen.
The table is set for three. De tafel is gedekt voor drie.
He challenged me to a competition. Hij daagde mij uit voor een wedstrijd.
You have to watch out for that man. Je moet opletten voor die man.
I respect everyone’s opinion. Ik heb respect voor ieders mening.
“Quack, quack! Come with me, then I will take you into the big world and introduce you in the duck cage: but keep close to me and watch out for the cat!“ “Kwak, kwak! Gaat maar met mij mee, dan zal ik je in de grote wereld brengen en je in de eendenkooi voorstellen: maar zorgt, dat je dicht in mijn nabijheid blijft, en neemt je voor de kat in acht!”
Tom wants to buy a pony for his son. Tom wil een pony kopen voor zijn zoon.
It’s worth repeating. Het is voor herhaling vatbaar.
I only have praise for her achievements. Ik heb louter lof voor haar prestaties.
He was arrested for fencing stolen goods. Hij werd gearresteerd voor heling.
Can you write that down for me? Kunt u dat voor me opschrijven?
Is there someone I can call for you? Is er iemand die ik voor je kan roepen?
I bought Tom a hot dog. Ik heb een hot dog voor Tom gekocht.
The two dogs quarreled over the bone. De twee honden vochten voor het been.
You’ve got no alibi for the day of the murder. Je hebt geen alibi voor de dag van de moord.
She embarrassed me in front of my friends. Ze zette me voor schut voor mijn vrienden.
Spray cans are handy for graffiti. Spuitbussen zijn handig voor graffiti.
My name has been drawn for the prize. Mijn naam is getrokken voor de prijs.
This rule doesn’t apply to first-year students. Deze regel geldt niet voor de eerstejaars.