Understand spoken Dutch

Conjunctions Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
Tom drank a glass of white wine, and so did Mary. Tom dronk een glas witte wijn, net als Mary.
when you need to speak French wanneer er Frans gesproken moet worden
Hello, madam, do you know when the bus is coming? Dag, mevrouw, weet u soms wanneer de bus komt?
I wonder if Tom knew we had to do that. Ik vraag me af of Tom wist dat we dat moesten doen.
It went like that the first day, and later it got worse and worse. Zo ging het de eerste dag, en later werd het al erger en erger.
There’s only one shop that sells this book. Er is maar één winkel die dit boek verkoopt.
You know more about Tom than anyone else does. Jij weet meer over Tom dan wie dan ook.
Here an old woman lived with her cat and her chicken. Hier woonde een oude vrouw met haar kater en haar kip.
The violin, the piano, and the harp are musical instruments. De viool, de piano en de harp zijn muziekinstrumenten.
Where is an ATM? Waar vind ik een geldautomaat?
What’s a sweet girl like you doing in a place like this? Wat doet een lief meisje als jij op een plaats als deze?
I know my daughter better than anybody else. Ik ken mijn dochter beter dan wie dan ook.
and then twenty more feather-down quilts on the mattresses en toen nog twintig donzen bedden op de matrassen
I wonder whether Tom is colorblind. Ik vraag me af of Tom kleurenblind is.
Tom and I haven’t talked in years. Tom en ik hebben elkaar al jaren niet gesproken.
A fool and his money are soon parted. Een dwaas en zijn geld worden snel gescheiden.
If you want to try it, go ahead and try it. Als je het wil proberen, ga je gang en probeer het.
Tom isn’t like other boys his age. Tom is niet zoals andere jongens van zijn leeftijd.
They clapped their wings, and swam proudly in the water. Zij klapten met hun vleugels en zwommen fier in het water.
He does not distinguish between good and evil. Hij maakt geen onderscheid tussen goed en kwaad.