Understand spoken Dutch

"a" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
He felt a wave of excitement. Hij voelde een golf van opwinding.
He turned up an hour later. Hij kwam een uur later opdagen.
I’ve got to report it. Ik moet er een melding van maken.
We found a turtle in the garden. We vonden een schildpad in de tuin.
I would like an apointment. Ik wil graag een afspraak maken.
My son comes back in a few days Mijn zoon komt over een paar dagen terug
We have reached an agreement. We hebben een overeenkomst gesloten.
My region has a rich history. Mijn gewest heeft een rijke geschiedenis.
Tom bought himself a new guitar for Christmas. Tom kocht een nieuwe gitaar voor Kerstmis.
Here’s a list of things that Tom needs to do. Hier is een lijst met dingen die Tom moet doen.
I usually take a bath before going to bed. Meestal neem ik een bad vooraleer ik ga slapen.
I bought a new mobile phone. Ik heb een nieuwe mobiele telefoon gekocht.
The teacher gave us a difficult assignment. De leraar gaf ons een moeilijke opdracht.
a parking een parkeergelegenheid
They think maybe Tom had a heart attack. Ze denken dat Tom misschien een hartaanval had.
Can we sit in a non-smoking area? Kunnen we in een rookvrije ruimte zitten?
Algeria has a strong foreign policy. Algerije heeft een sterk buitenlands beleid.
That was a difficult problem to foresee. Dat was een moeilijk te voorzien probleem.
By the way, the owner of this restaurant is a friend of mine. De eigenaar van dit restaurant is trouwens een vriend van me.
A storm prevented the plane from taking off. Door een storm is het vliegtuig niet kunnen vertrekken.