Understand spoken Dutch

Verbs (all parts) 50 Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
to protect (long form) te beschermen
to spread (long form) te verspreiden
He destroyed the city. Hij verwoestte de stad.
We have taken office. Wij zijn aangetreden.
He destroyed the farm. Hij verwoestte de boerderij.
You can’t address me like that. Je kunt me zo niet aanspreken.
Yes, there is a new one! Ja, er is een nieuwe bijgekomen!
I cannot imagine it. Ik kan het me niet voorstellen.
Tom should’ve protected Mary. Tom had Maria moeten beschermen.
Sami is going to judge you anyway. Sami gaat je sowieso beoordelen.
I don’t know how to address you. Ik weet niet hoe ik je moet aanspreken.
The new manager has stepped in. De nieuwe manager is aangetreden.
We leave as soon as we are done eating. We vertrekken zodra we klaar zijn met eten.
You had better go and speak to him in person. Je zou hem beter persoonlijk aanspreken.
Can I quickly pee before we leave? Mag ik even plassen voordat we vertrekken?
We won’t leave unless everyone is ready. We vertrekken niet, tenzij iedereen klaar is.
He destroyed cities and farms in his path. Hij verwoestte steden en boerderijen op zijn pad.
“I had never imagined such happiness, when I was still an ugly duckling!” «Zoveel geluk had ik mij niet kunnen voorstellen, toen ik nog een lelijk eendje was!»
and then he began to feel such a great longing for a swim on the water, that he could not help telling the hen. het kreeg zulk een lust om in het water te zwemmen, dat het zich niet kon weerhouden, dit tegen de kip te zeggen.