Understand spoken Dutch

Verbs (Present tense, 3rd person plural) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
They lost the battle. Ze hebben het gevecht verloren.
We’ve lost a lot of customers. We hebben veel klanten verloren.
There are too many cars in the big cities. Er zijn te veel wagens in de grote steden.
We don’t need any more problems. We hebben geen behoefte aan nog meer problemen.
My parents advised me not to drive too fast. Mijn ouders hebben me afgeraden om te snel te rijden.
I tell you the truth, although you might find it unpleasant, but that is a proof of my friendship Ik zeg je de waarheid, al vind je dit ook niet prettig, en daaraan kan men zien, wie zijn ware vrienden zijn
ask for (plural) vragen om
May I ask you a question? Mag ik je iets vragen?
are hit hard zijn zwaar getroffen
They’ve got lost. Ze zijn verdwaald geraakt.
We will understand it afterwards. Nadien zullen we het begrijpen.
In summer, eggs go bad quickly. In de zomer worden eieren rap slecht.
We didn’t do anything wrong. We hebben niets verkeerd gedaan.
These cars are built in Japan. Deze wagens zijn gebouwd in Japan.
Circumstances have changed. De omstandigheden zijn veranderd.
they are all beautiful except that one zij zijn allemaal mooi, behalve dat ene
Why don’t we ask Tom to help us? Waarom vragen we Tom niet om ons te helpen?
So it is wrong, we must change Het is dus verkeerd, we moeten het veranderen
Can I quickly pee before we leave? Mag ik even plassen voordat we vertrekken?
In the majority of states here, the laws are not that strict. In de meeste staten hier, zijn de wetten niet zo streng.