Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"to do" Practice Lesson
"to do" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
What should I do if my wife snores?
Wat moet ik doen als mijn vrouw snurkt?
Tom can make me feel better after a bad day.
Tom kan me beter doen voelen na een slechte dag.
Yanni needs to do this slowly.
Yanni moet dit traag doen.
What do you want to do on Monday?
Wat wil je doen op maandag?
to go grocery shopping
boodschappen doen
it will be especially beneficial to get out again
het zal vooral deugd doen om weer buiten te komen
but the duckling thought they would harm him; and in his fear he flew into the milk pail, so the milk was splashed all over the room
maar het eendje dacht, dat zij hem kwaad wilden doen en vloog in zijn angst juist in het melkvat, zodat de melk overal in de kamer rondspatte
to do housework
het huishouden doen
Tom forgot to mail the letter.
Tom vergat de brief op de post te doen.
Two robots doing pole dancing with lots of dedication.
Twee robotten doen met veel overgave aan paaldansen.
to do the dishes
de afwas doen
A single match would do her good, if she would dare to take one from a box, strike it against the wall to warm her fingers.
Één enkel lucifertje zou haar wel goed doen, als zij er maar één uit een doosje durfde nemen, dit tegen den muur afstrijken en zich de vingers daaraan warmen.
a cumbersome way of doing things
een omslachtige manier van doen
When a 16-year-old does the same thing, that is deviant behaviour and can be responded to.
Waneer een 16-jarige hetzelfde zou doen, is dat afwijkend gedrag en kan er wel op gereageerd worden.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
Page
1
Current page
2