Understand spoken Dutch

Prepositions Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
What does John do in the furniture factory? Wat doet Jan in de meubelfabriek?
and then twenty more feather-down quilts on the mattresses en toen nog twintig donzen bedden op de matrassen
This river is dangerous to swim in. Het is gevaarlijk om in deze rivier te zwemmen.
Is there an ATM around here? Is er een geldautomaat in de buurt?
Let’s figure out a better way to do this. Laten we een betere manier verzinnen om dit te doen.
Can I pay by credit card? Kan ik met een kredietkaart betalen?
On Saturday evening he goes to his favourite pub. Op zaterdagavond gaat hij naar zijn favoriete kroeg.
After midnight, it will be dry in most places. Na middernacht is het op de meeste plaatsen droog.
I try to swim a kilometer a day. Ik doe mijn best een kilometer per dag te zwemmen.
Tom isn’t like other boys his age. Tom is niet zoals andere jongens van zijn leeftijd.
We shouldn’t make fun of him so often. We zouden niet zo vaak de draak met hem moeten steken.
Tom doesn’t know the difference between murder and manslaughter. Tom kent het onderscheid niet tussen moord en doodslag.
The redevelopment of the park will take several months. De heraanleg van het park zal enkele maanden duren.
They clapped their wings, and swam proudly in the water. Zij klapten met hun vleugels en zwommen fier in het water.
He does not distinguish between good and evil. Hij maakt geen onderscheid tussen goed en kwaad.
the children tumbled over each other, in order to catch the duckling de kinderen liepen elkaar omver, om het eendje te pakken
Can you recommend a restaurant with a good view? Kun je een restaurant aanbevelen met een goed uitzicht?
Behind that green car is a red trailer. Achter die groene auto hangt er een rode aanhangwagen.
Yes, it was really wonderful out there on the land! Ja, het was werkelijk heerlijk daar buiten op het land!
And the mother said, “I wish you went away from here!” En de moeder zeide: “Ik wou, dat je maar ver hier vandaan waart!”