Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
Parts of speech Dutch Courses
Prepositions Courses
Prepositions Revision Course
Prepositions Examples Lesson
Prepositions Examples Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Recording
English
Dutch
Status
The hauling of heavy furniture lasted for hours.
Het gezeul met de zware meubels duurde uren.
Sorry, I’m not responsible for that.
Sorry, daar ben ik niet verantwoordelijk voor.
Did you manage to get a hold of Tom?
Heb je Tom te pakken kunnen krijgen?
You know more about Tom than anyone else does.
Jij weet meer over Tom dan wie dan ook.
John works in the furniture factory.
Jan werkt in de meubelfabriek.
Who works in the furniture factory?
Wie werkt in de meubelfabriek?
Tom can make me feel better after a bad day.
Tom kan me beter doen voelen na een slechte dag.
Are you allergic to this medicine?
Bent u allergisch voor dit geneesmiddel?
I know that they serve God with great devotion.
Ik weet dat zij met veel toewijding God dienen.
Here an old woman lived with her cat and her chicken.
Hier woonde een oude vrouw met haar kater en haar kip.
The violin is a string instrument with four strings.
De viool is een snaarinstrument met vier snaren.
He likes to mock colleagues.
Hij houdt ervan de draak te steken met collega’s.
What’s a sweet girl like you doing in a place like this?
Wat doet een lief meisje als jij op een plaats als deze?
it is the first public appearance of Philip
het is het eerste publieke optreden van Filip
What does John do in the furniture factory?
Wat doet Jan in de meubelfabriek?
and then twenty more feather-down quilts on the mattresses
en toen nog twintig donzen bedden op de matrassen
Is there an ATM around here?
Is er een geldautomaat in de buurt?
Let’s figure out a better way to do this.
Laten we een betere manier verzinnen om dit te doen.
Can I pay by credit card?
Kan ik met een kredietkaart betalen?
On Saturday evening he goes to his favorite pub.
Op zaterdagavond gaat hij naar zijn favoriete kroeg.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
40
Page
41
Page
42
Page
43
Current page
44
Page
45
Page
46
Page
47
Page
48
…
Next page
Next ›
Last page
Last »