Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
Parts of speech Dutch Courses
Prepositions Courses
Prepositions Revision Course
Prepositions Examples Lesson
Prepositions Examples Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Recording
English
Dutch
Status
Tom sat next to me.
Tom zat naast me.
We live on Earth.
We wonen op aarde.
in the first month
in de eerste maand
conscious
bij bewustzijn
Are you going to Australia?
Ga je naar Australië?
Tom has a knife in his hand.
Tom heeft een mes in zijn hand.
I went to Australia.
Ik ging naar Australië.
I’m scared of being alone.
Ik ben bang om alleen te zijn.
He got lost in the forest.
Hij is verdwaald in het bos.
I got lost in the woods.
Ik ben verdwaald in het bos.
He depends on her.
Hij is van haar afhankelijk.
I don’t want to be alone with Tom.
Ik wil niet alleen blijven met Tom.
Who’s the president of this country?
Wie is de president van dit land?
He is dependent on his father.
Hij is afhankelijk van zijn vader.
My house is on the other side of the river.
Mijn huis is aan de andere kant van de rivier.
He has not yet recovered consciousness.
Hij is nog niet bij bewustzijn gekomen.
Why don’t we go to Australia with Tom?
Waarom gaan we niet naar Australië met Tom?
My efforts were not in vain.
Mijn inspanningen waren niet voor niets.
She does not want to be dependent on her parents.
Ze wil niet afhankelijk zijn van haar ouders.
My wife and children depend on me.
Mijn vrouw en kinderen zijn afhankelijk van mij.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
10
Page
11
Page
12
Page
13
Current page
14
Page
15
Page
16
Page
17
Page
18
…
Next page
Next ›
Last page
Last »