Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"I" Practice Lesson
"I" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
I’ve been living in the Netherlands for three years.
Ik woon al drie jaar in Nederland.
I’d like to live on a farm.
Ik zou graag op een boerderij willen wonen.
I am sure.
Ik weet het zeker.
No, I don’t know the lesson.
Nee, ik ken de les niet.
I’ll bring wine.
Ik zal wijn brengen.
Can I see in the kitchen?
Mag ik de keuken zien?
I didn’t see it.
Ik heb het niet gezien.
I don’t know those people over there.
Die mensen daar ken ik niet.
I like maths.
Ik vind wiskunde leuk.
I want a dish with fish.
Ik wil een gerecht met vis.
I want a dish containing chicken.
Ik wil een gerecht met kip.
I want a dish containing bread.
Ik wil een gerecht met brood.
I found the building.
Ik heb het gebouw gevonden.
I want a dish containing eggs.
Ik wil een gerecht met eieren.
I hope the hotel is better now
ik hoop dat het hotel nu beter is
I want the chicken with cheese, please.
Ik wil de kip met kaas, alstublieft.
I can recommend a good hotel.
Ik kan een goed hotel aanbevelen.
I’m going to attend the meeting.
Ik ga naar de vergadering.
I had no idea that Mary was your wife.
Ik wist niet dat Mary jouw vrouw was.
I have a meeting today.
Ik heb vandaag een vergadering.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
9
Page
10
Page
11
Page
12
Current page
13
Page
14
Page
15
Page
16
Page
17
…
Next page
Next ›
Last page
Last »