Understand spoken Dutch

"good" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
He does not distinguish between good and evil. Hij maakt geen onderscheid tussen goed en kwaad.
Can you recommend a restaurant with a good view? Kun je een restaurant aanbevelen met een goed uitzicht?
Now the tomcat was the master of the house, and the hen was mistress, and they always said, “We and the world,” En de kater was heer in huis, en de kip was er zo goed als vrouw, en altijd zeiden zij: «Wij en de wereld!»
They play so well. Ze spelen zo goed.
I mean it only for your own good. Ik meen het goed met je!
Squatting is good for your balance. Hurken is goed voor je evenwicht.
Tom doesn’t think that Mary’s performance was very good. Tom vond Mary’s optreden niet erg goed.
You are definitely out of your mind. Je bent zeker niet goed bij je verstand.
The judge approved the seizure of the building. De rechter keurde het beslag op het pand goed.
The committee approved the proposal. De commissie keurde het voorstel goed.
Styrofoam is not good for the environment. Piepschuim is niet goed voor het milieu.
to approve (split long form) goed te keuren
“That’s not possible,“ said the duckling’s mother; “It is not beautiful, but it has a good heart and swims just as good as the others, yes, I must say, even better. “Dat gaat immers niet,” zei de moeder van het eendje; “het is wel niet mooi, maar het heeft een goed hart en zwemt even flink als al de anderen, ja, ik moet zeggen, nog beter.
My best friend dances really well. Mijn beste vriendin danst goed.
The problem was well explained. Het probleem is goed uitgelegd.
Lounging is also good for your brain Ook lummelen is goed voor je brein
He’s too nice for his own good. Al te goed is buurmans gek.
“Actually, he is not that ugly, if you look closely at him!” “Eigenlijk is hij toch nog zo lelijk niet, als men hem maar eens goed bekijkt!”
“I think it will grow up well and get smaller over time.” “Ik denk wel, dat het goed zal opgroeien en mettertijd wat kleiner worden.”
“What kind are you?” they asked, and the duckling turned in all directions and greeted them the best way he could. “Wat ben jij er voor één?” vroegen zij, en het eendje wendde zich naar alle kanten en groette zo goed het kon.