Understand spoken Dutch

"a" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
Jesus casts out the devil from a possessed person. Jezus drijft de duivel uit bij een bezetene.
He wore a classy outfit to the party. Hij droeg een deftige outfit naar het feest.
I have an urgent matter to discuss with you. Ik heb een urgente zaak met je te bespreken.
He gestured with his head to a pillar. Hij gebaarde met zijn hoofd naar een pilaar.
This meal is a true culinary delight. Deze maaltijd is een waar culinair genot.
A prize will be raffled at the party. Tijdens het feest wordt een prijs verloot.
She doesn’t know how to drive a car. Zij weet niet hoe ze een auto moet besturen.
There is no smoke without fire. Er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan.
a structured, resource-oriented approach een structurele, brongerichte aanpak
If you scream loudly, you get a sore throat. Als je hard schreeuwt, krijg je een zere keel.
He was a very wise, rich and powerful king. Hij was een zeer wijs, rijk en machtig koning.
The coat is the hairy skin of a mammal. De vacht is de behaarde huid van een zoogdier.
Afterwards, the witnesses testified. Nadien legden de getuigen een verklaring af.
Ziri made an enclosure for his tortoise. Ziri maakte een behuizing voor zijn schildpad.
A well-timed witty remark can do a lot. Een goed getimede kwinkslag kan veel doen.
The bank offers a loan with low interest. De bank biedt een ontlening aan met lage rente.
A cat always lands on its feet. Een kat komt altijd op z’n pootjes terecht.
It was an awkward silence. Het was een ongemakkelijke stilte.
Can you recommend a cheap restaurant? Kun je een goedkoop restaurant aanbevelen?
They sold it as a set, not separately. Ze verkochten het als een stel, niet apart.