Understand spoken Dutch

Recent Additions

Recording English Dutch Time ago created Learn
Why do you want his apple and his banana? Waarom wil je zijn appel en zijn banaan? 8 months 3 weeks ago
I am happy. Ik ben blij. 8 months 3 weeks ago
He is happy. Hij is blij. 8 months 3 weeks ago
Why do you want this dog? Waarom wil je deze hond? 8 months 3 weeks ago
This library has a lot of books, and I read books. Deze bibliotheek heeft veel boeken en ik lees boeken. 8 months 3 weeks ago
This book is red. Dit boek is rood. 8 months 3 weeks ago
Why is this banana red? Waarom is deze bananen rood? 8 months 3 weeks ago
It’s for her. Het is voor haar. 8 months 3 weeks ago
Why are you in the restaurant and not in the library? Waarom ben je in het restaurant en niet in de bibliotheek? 8 months 3 weeks ago
The books in the library are blue, not red. De boeken in de bibliotheek zijn blauw, niet rood. 8 months 3 weeks ago
And why not? En waarom niet? 8 months 3 weeks ago
tasty (feminine singular) smaakvol 8 months 3 weeks ago
This water is tasty. Dit water is lekker. 8 months 3 weeks ago
I am going to the library to read books. Ik ga naar de bibliotheek om boeken te lezen. 8 months 3 weeks ago
I want to read with my family. Ik wil met mijn familie lezen. 8 months 3 weeks ago
The family wants the cheese. De familie wil de kaas. 8 months 3 weeks ago
I don’t have a family. Ik heb geen gezin. 8 months 3 weeks ago
The man wants the hamburger with cheese, apples and bananas. De man wil de hamburger met kaas, appels en bananen. 8 months 3 weeks ago
The dog doesn’t want the hamburger with cheese. De hond wil de hamburger niet met kaas. 8 months 3 weeks ago
Do you want to sleep now? Wil je nu slapen? 8 months 3 weeks ago
Why now? Waarom nu? 8 months 3 weeks ago
I will sleep now. Ik zal nu slapen. 8 months 3 weeks ago
with you met jou 8 months 3 weeks ago
She wants to eat with you. Ze wil met je eten. 8 months 3 weeks ago
I don’t know if I want to eat with you. Ik weet niet of ik met je wil eten. 8 months 3 weeks ago
It’s not important. Het is niet belangrijk. 8 months 3 weeks ago
How is everything? Hoe is alles? 8 months 3 weeks ago
french language Franse taal 8 months 3 weeks ago
He speaks French. Hij spreekt Frans. 8 months 3 weeks ago
He eats a lot. Hij eet veel. 8 months 3 weeks ago
I can’t smoke. Ik kan niet roken. 8 months 3 weeks ago
I am from the United States. Ik kom uit de Verenigde Staten. 8 months 3 weeks ago
I am a citizen from the United States. Ik ben een burger uit de Verenigde Staten. 8 months 3 weeks ago
They speak English in the United States. Ze spreken Engels in de Verenigde Staten. 8 months 3 weeks ago
Japan has much trade with the USA. Japan heeft veel handel met de VS. 8 months 3 weeks ago
Welcome to Japan. Welkom in Japan. 8 months 3 weeks ago
This is Japan. Dit is Japan. 8 months 3 weeks ago
I like apples and bananas. Ik hou van appels en bananen. 8 months 3 weeks ago
Who wants to go? Wie wil er gaan? 8 months 3 weeks ago
I want to go to Japan! Ik wil naar Japan! 8 months 3 weeks ago