Understand spoken Dutch

"you (singular)" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
Aren’t you even a little curious? Ben je zelfs niet nieuwsgierig?
I tried to tell you. Ik heb geprobeerd het je te zeggen.
Tom never doubted you. Tom heeft nooit aan je getwijfeld.
Can you warn me in advance? Kun je me van tevoren waarschuwen?
You took it out of the oven too soon. Je hebt het te vroeg uit de oven gehaald.
Think before you open your mouth. Denk na vooraleer je je mond opendoet.
You should take a closer look. Je zou het beter van naderbij aanzien.
Defog your diving mask before diving. Ontwasem je duikmasker voordat je duikt.
What a hypocrite you are! Wat een huichelaarskop ben je!
Have you ever traveled by plane? Heb je al eens met het vliegtuig gereisd?
You’ve got a nice view from the window. Je hebt een mooi uitzicht vanuit het raam.
You cannot save the game at this moment. Je kan het spel op dit moment niet opslaan.
I warned you in advance. Ik heb je van tevoren gewaarschuwd.
Even if you’re tired, you must persevere. Zelfs als je moe bent, moet je doorzetten.
I think it’s so great that you often think of everything. Ik vind het zo knap dat je vaak aan alles denkt.
You will work closely with senior management. Je werkt nauw samen met het hoger management.
I’m glad you invited me. Ik ben blij dat je me uitgenodigd hebt.
I can’t condone what you did. Ik kan hetgeen je deed niet goedkeuren.
Why did you disobey my order? Waarom heb je mijn bevel niet opgevolgd?
I have an urgent matter to discuss with you. Ik heb een urgente zaak met je te bespreken.