Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
Parts of speech Dutch Courses
Verbs (Present tense, 2nd person singular) Courses
Verbs (Present tense, 2nd person singular) 5 Course
Verbs (Present tense, 2nd person singular) 5 Examples Lesson
Verbs (Present tense, 2nd person singular) 5 Examples Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Recording
English
Dutch
Status
Repeat after me.
Herhaal na mij.
Would you like coffee or tea?
Wilt u koffie of thee?
How do you spell that?
Hoe schrijft men dat?
She writes beautifully.
Ze schrijft prachtig.
Repeat once more.
Herhaal dit nog een keer.
Tom writes beautifully.
Tom schrijft prachtig.
You can stay as long as you want.
Je kunt blijven zolang je wilt.
Stay here as long as you like.
Blijf hier zolang als je wilt.
Repeat the question please.
Herhaal de vraag alstublieft.
You can do whatever you want to do, of course.
Uiteraard kan je doen wat je maar wilt.
She always tries to help others.
Zij tracht altijd de anderen te helpen.
Try to be patient with others.
Tracht geduld op te brengen met anderen.
Silence is golden, but not when trying to learn a foreign language.
Zwijgen is goud, maar niet als je een vreemde taal tracht te leren.
by touch
op de tast
Where do you work?
Waar werk je?
Show me everything.
Toon me alles.
Really, I mean it.
Heus, ik meen het.
Are you working today?
Werk je vandaag?
I mean it only for your own good.
Ik meen het goed met je!
I don’t mind your groping in the dark for a solution, but I wish you’d come to a decision.
Het maakt mij niet uit dat je in het donker tast naar een oplossing, maar ik zou willen dat je tot een besluit zou komen.