Understand spoken Dutch

Verbs (past participle) 5 Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
The war ended. De oorlog eindigde.
I didn’t get enough sleep. Ik heb niet genoeg geslapen.
He insisted. Hij heeft aangedrongen.
Did everyone sleep well? Heeft iedereen goed geslapen?
Tom talked to the press. Tom heeft met de pers gesproken.
I am very disappointed in you. Ik ben erg teleurgesteld in u.
She came back disappointed. Ze kwam teleurgesteld terug.
She came home disappointed. Ze kwam teleurgesteld thuis.
He had already decided that beforehand. Hij had dat van tevoren al besloten.
I felt myself being pulled towards the abyss. Ik voelde me naar de afgrond getrokken.
Why did you decide to buy this house? Waarom heb je besloten dit huis te kopen?
when you need to speak French wanneer er Frans gesproken moet worden
The plan hasn’t been approved yet. Het plan is nog niet goedgekeurd.
We insisted on an answer. Wij hebben aangedrongen op een antwoord.
Tom and I haven’t talked in years. Tom en ik hebben elkaar al jaren niet gesproken.
The plan has yet to be approved. Het plan moet nu nog goedgekeurd worden.
The customer insisted on a quick solution. De klant heeft aangedrongen op een snelle oplossing.
She had taken beautiful pictures of the animals in the zoo. Zij had prachtige foto’s getrokken van de dieren in de dierentuin.
He felt somewhat disappointed by the outcome. Hij voelde zich enigszins teleurgesteld door het resultaat.
After years of operation, the owner has decided to sell the business. Na jaren van uitbating heeft de eigenaar besloten om het bedrijf te verkopen.