Understand spoken Dutch

"she" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
she is

zij is

she was

zij was

How is she?

Hoe is zij?

she could see into the room

zij kon in de kamer zien

And yet she said she was a true princess.

En toch zei zij, dat ze een echte prinses was.

She loves animals.

Zij houdt van dieren.

“What a terribly big duckling that is,” she thought; “None of the others looks like this.”

“Wat is dat een verschrikkelijk groot eendje,” dacht zij; “geen van de anderen ziet er zo uit.”

Yes, that is what she was thinking about.

Ja, daaraan dacht zij.

She lit another match.

Zij stak nog een lucifertje aan.

but she didn't think of this.

maar daaraan dacht zij niet.

“She tried to warm herself,” said some.

«Zij heeft zich willen warmen!» zei men.

She made breakfast.

Zij maakte ontbijt.

Splash! there she jumped into the water.

Plof! daar sprong zij in het water.

“Use your legs!” she continued.

“Gebruik je poten nu!” vervolgde zij.

“You are all together, right?” she continued and stood up.

“Je bent toch allemaal wel bij elkaar?” vervolgde zij en stond op.

“Look, that is how it goes in the world now!“ said the mother of the ducklings, and she was sticking out her beak, because she also wanted the eel head. “

“Kijk, zo gaat het nu in de wereld!” zei de moeder der eendjes, en zij stak haar snavel al uit, want zij wilde de palingkop ook wel hebben.”

“Hurry, hurry!” she said.

“Vlug wat, vlug!” zeide zij.

She has short hair.

Zij heeft kort haar.

Does she speak English?

Spreekt zij Engels?

“Can you lay eggs?” she asked.

«Kun je eieren leggen?» vroeg zij.