Understand spoken Dutch

"first (inflected form)" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
on the first of November op de eerste november
The first round is on the house. Het eerste rondje is van het huis.
her first public appearances haar eerste publieke optredens
the first bomb de eerste bom
the first bombs de eerste bommen
I’ve taken the first step. Ik zette de eerste stap.
love at first sight liefde op het eerste gezicht
first aid EHBO
It was love at first sight. Het was liefde op het eerste gezicht.
There was some resistance in the first days and weeks. De eerste dagen en weken was er wat weerstand.
the first edition de eerste editie
first gear eerste versnelling
the first invitations de eerste uitnodigingen
Monday is the first day of the week. Maandag is de eerste dag van de week.
When is the first stopover? Wanneer is de eerste tussenstop?
the criminal courts of first instance de correctionele rechtbanken van eerste aanleg
The first exit polls last night did fear the worst. De eerste exitpolls gisteravond deden het ergste vermoeden.
The last major setback happened on the night of the first February of 1953. De laatste grote tegenslag geschiedde in de nacht van de eerste februari 1953.
The athlete sticks to his first statement, that he mistakenly mistook Steenkamp for a burglar. De sporter houdt vast aan zijn eerste verklaring, dat hij Steenkamp verkeerdelijk aanzag voor een inbreker.
The Vatican has for the first time the alleged bones of the apostle Peter or St. Peter on display. Het Vaticaan heeft voor de eerste maal de vermeende beenderen van de apostel Petrus, of Sint-Pieter, tentoongesteld.