Understand spoken Dutch

"to become" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
to be; to become (long form) te worden
becoming aan het worden
to be born geboren worden
to get sick ziek worden
to fall in love verliefd worden
to get angry boos worden
I shouldn’t have gotten so angry. Ik had niet zo boos moeten worden.
when you need to speak French wanneer er Frans gesproken moet worden
The plan has yet to be approved. Het plan moet nu nog goedgekeurd worden.
to be guided begeleid worden
A tiny spark may become a great flame. Een kleine vonk kan een grote vlam worden.
I don’t want to be forced to turn on my webcam. Ik wil niet gedwongen worden om mijn webcam aan te zetten.
Would you like to join us and become a migratory bird? Wil je met ons meegaan en trekvogel worden?
Traitors will be deported. Verraders zullen gedeporteerd worden.
The bathroom needs to be cleaned urgently. De badkamer moet dringend gepoetst worden.
the following phases can be distinguished de volgende fasen kunnen onderscheiden worden
This inspection must be carried out thoroughly. Deze inspectie moet grondig worden uitgevoerd.
If I have to show a lot of guts in the tests, it will be difficult. Als ik bij de proeven veel lef moet tonen, zal dat moeilijk worden.
“I think it will grow up well and get smaller over time.” “Ik denk wel, dat het goed zal opgroeien en mettertijd wat kleiner worden.”
“I think it will be powerful; at least it knows how to defend himself already.” “Ik denk, dat het wel krachtig zal worden; het weet zich ten minste nu al goed te verweren.”