Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"see (1st person singular)" Practice Lesson
"see (1st person singular)" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
Do you see it?
Zie je het?
You look good!
Wat zie jij er goed uit!
I can’t see it either.
Ik zie het ook niet.
I often see Tom in the park.
Ik zie Tom vaak in het park.
See you this evening.
Ik zie je vanavond.
He always says “Hello” when I see him.
Telkens als ik hem zie, zegt hij “Goeiedag!”.
I’ll see you at lunch.
Ik zie je bij de lunch.
Whenever I see this, I remember him.
Telkens als ik dit zie moet ik aan hem denken.
I hope that I can see you at Christmas.
Ik hoop dat ik je zie met Kerstmis.
I see steam from the kettle.
Ik zie stoom uit de ketel.
I don’t see anything special.
Ik zie niks bijzonder.
Every time I see Tom, he’s reading a comic book.
Telkens als ik Tom zie, leest hij een stripboek.
Whenever I see him he reminds me of my late grandfather.
Telkens wanneer ik hem zie, herinnert hij me aan mijn overleden grootvader.