Understand spoken Dutch

"if" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
if he als hij
if it als het
if it’s fine als het goed is
If today is Saturday, tomorrow is Sunday. Als het vandaag zaterdag is, is het morgen zondag.
If today is Sunday, yesterday was Saturday. Als het vandaag zondag is, was het gisteren zaterdag.
If today is Sunday, tomorrow is Monday. Als het vandaag zondag is, is het morgen maandag.
If today is Friday, tomorrow is Saturday. Als het vandaag vrijdag is, is het morgen zaterdag.
If today is Monday, yesterday was Sunday. Als het vandaag maandag is, was het gisteren zondag.
If today is Saturday, yesterday was Friday. Als het vandaag zaterdag is, was het gisteren vrijdag.
If I take a taxi, I will arrive at 6 o’clock. Als ik een taxi neem, kom ik om 6 uur aan.
If I take a taxi, I will arrive at nine o’clock. Als ik een taxi neem, kom ik om negen uur aan.
If today is Monday, tomorrow is Tuesday. Als het vandaag maandag is, is het morgen dinsdag.
If today is Tuesday, yesterday was Monday. Als het vandaag dinsdag is, was het gisteren maandag.
If today is Tuesday, tomorrow is Wednesday. Als het vandaag dinsdag is, is het morgen woensdag.
If today is Wednesday, tomorrow is Thursday. Als het vandaag woensdag is, is het morgen donderdag.
If today is Thursday, tomorrow is Friday. Als het vandaag donderdag is, is het morgen vrijdag.
If today is Wednesday, yesterday was Tuesday. Als het vandaag woensdag is, was het gisteren dinsdag.
If today is Thursday, yesterday was Wednesday. Als het vandaag donderdag is, was het gisteren woensdag.
If I take a taxi, I will arrive in advance. Als ik een taxi neem, ben ik ruim op tijd aanwezig.
If I take a taxi, I will arrive on time. Als ik een taxi neem, kom ik op tijd aan.