Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"an" Practice Lesson
"an" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
He also has an apple.
Hij heeft ook een appel.
an old servant of the castle
een oude bediende van het kasteel
She has an elegant appearance.
Ze heeft een elegante uitstraling.
she gave him an advance
ze gaf hem een voorschot
an unexpected blessing
een onverwachte zegen
an unexpected trick question
een onverwachte strikvraag
an old pickaxe
een oude houweel
I am wearing an anorak.
Ik draag een anorak.
I have an ace and two kings.
Ik heb een aas en twee koningen.
I’ll spend an hour or two
Ik zal een uur of twee besteden
sealing an agreement
het bezegelen van een overeenkomst
They called an expert to combat the pests.
Ze riepen een expert om het ongedierte te bestrijden.