Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
Parts of speech Dutch Courses
Adjectives Courses
Adjectives 22 Course
Adjectives 22 Examples Lesson
Adjectives 22 Examples Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Recording
English
Dutch
Status
the same time
hetzelfde moment
a difficult trick question
een moeilijke strikvraag
That was a difficult test.
Dat was een moeilijke test.
developing country
ontwikkelingsland
The teacher gave difficult assignments.
De leraar gaf moeilijke opdrachten.
Tom and Mary live in the same building.
Tom en Mary wonen in hetzelfde gebouw.
your personal storage space
jouw persoonlijke opslagruimte
Am I obliged to file the declaration?
Ben ik verplicht om de aangifte te doen?
The teacher gave us a difficult assignment.
De leraar gaf ons een moeilijke opdracht.
He seemed to understand foreign policy.
Hij leek buitenlands beleid te begrijpen.
That wasn’t a hard call to make.
Dat was geen moeilijke beslissing om te maken.
Algeria has a strong foreign policy.
Algerije heeft een sterk buitenlands beleid.
A round trip, please.
Heen-en-terug, graag.
if I should go there
als ik daar heen zou gaan
I want to go there once more.
Ik wil daar nog een keer heen.
I feel somewhat obligated.
Ik voel me enigszins verplicht.
See, that is true history!
Zie, dat is een ware geschiedenis!
They cycled there and took the train back.
Ze gingen met de fiets heen en met de trein terug.
I tell you the truth, although you might find it unpleasant, but that is a proof of my friendship
Ik zeg je de waarheid, al vind je dit ook niet prettig, en daaraan kan men zien, wie zijn ware vrienden zijn