Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"a" Practice Lesson
"a" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
You need a job anyway.
Je hebt sowieso een baan nodig.
Rain is a type of precipitation.
Regen is een vorm van neerslag.
He tripped over a stone.
Hij is over een steen gestruikeld.
You’re impossible.
Je bent een onmogelijk mens.
“That’s a good catch!” she said.
«Dat is een goede vangst!» zeide zij.
She suddenly had a fit.
Zij kreeg plotseling een toeval.
a bit too obvious
een beetje erg doorzichtig
a long coat with pinstripe
een lange mantel met krijtstreep
a long-term ailment
een langdurige kwaal
half a sweet shop
een halve snoepwinkel
I’ll show you a few pictures.
Ik zal je een paar foto’s laten zien.
They’re going to give me an estimate.
Ze zullen me een schatting geven.
Because of the fall, he broke a bone in his leg.
Door de val brak hij een bot in zijn been.
Is that supposed to be a question?
Moet dat een vraag voorstellen?
No, but we do have a large attic.
Nee, maar we hebben wel een grote zolder.
I want a dish with beef.
Ik wil een gerecht met rundsvlees.
That was a fright for the poor duckling.
Dat was een schrik voor het arme eendje.
my father works in a supermarket
mijn vader werkt in een supermarkt
Tom drank a glass of white wine, and so did Mary.
Tom dronk een glas witte wijn, net als Mary.
He has a foreign car.
Hij heeft een buitenlandse wagen.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
39
Page
40
Page
41
Page
42
Current page
43
Page
44
Page
45
Page
46
Page
47
…
Next page
Next ›
Last page
Last »