Understand spoken Dutch

"two (2)" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
they choose two teams zij kiezen twee ploegen
Advance two steps. Ga twee stappen vooruit.
He has two convictions. Hij heeft twee veroordelingen.
It was impossible to find a laptop with the two connections. Het was onmogelijk om een laptop met de twee aansluitingen te vinden.
The hole is two meters wide. Het gat is twee meter breed.
two compound words twee samengestelde woorden
two tourist cyclists twee wielertoeristen
It’ll be difficult to glue the two pieces together. Het zal moeilijk zijn om de twee stukken aan elkaar te lijmen.
two examples to clarify this twee voorbeelden om dit te verduidelijken
When two (or more) words together form one new word, it is called a compound. Als twee (of meer) woorden samen één nieuw woord vormen, heet dat een samenstelling.
Two families attack each other on the street with baseball bats Twee families gaan elkaar op straat te lijf met honkbalknuppels
In a corner formed by two houses, one of which protruded a little more than the other, she squatted down. In een hoek, die gevormd werd door twee huizen, waarvan het ene een weinig meer dan het andere vooruitsprong, zette zij zich op haar hurken neer.
The little creature had lost them when she rushed across the street, because of two carriages running by, at a terribly high speed. De kleine echter verloor deze, toen zij over de straat heen snelde, omdat er twee rijtuigen verschrikkelijk hard voorbijreden.
Mars has two moons. Mars heeft twee manen.
two slices of gingerbread twee sneetjes peperkoek
two minors twee minderjarigen
There are two colors of redcurrants. Er zijn twee kleuren aalbessen.
You’re married and have two children. Je bent gehuwd en hebt twee kinderen.
two pile-ups twee kettingbotsingen
The two were released on bail. De twee kwamen vrij op borgtocht.