Understand spoken Dutch

Audio - Google text-to-speech

Recording English Sort descending Dutch Learn
He ordered a beer. Hij heeft een bier besteld.
He ordered me to be silent. Hij heeft mij bevolen te zwijgen.
He ordered me to stand up. Hij gaf me het bevel om op te staan.
He persecutes his enemies without mercy. Hij vervolgt zijn vijanden genadeloos.
He picks up the toys from the ground. Hij raapt het speelgoed van de grond.
He played Hamlet on stage. Hij speelde Hamlet op het toneel.
He plays the trombone. Hij speelt trombone.
He points out the error in the report. Hij duidt de fout in het verslag aan.
He points to the north. Hij duidt naar het noorden.
He quickly adjusted to the new situation. Hij is de nieuwe situatie rap gewoon geworden.
He rather wants to sleep than study. Hij wil veeleer slapen dan studeren.
He reads a book while I work. Hij leest een boek terwijl ik werk.
He reads books. Hij leest boeken.
He realized uneasily that everyone was staring at him. Hij besefte onbehaaglijk dat iedereen hem aanstaarde.
He received an award for his achievements. Hij ontving een toekenning voor zijn prestaties.
He received compensation. Hij ontving een vergoeding.
He received ten lashes. Hij kreeg tien zweepslagen.
He regrets his mistakes. Hij betreurt zijn fouten.
He removed all the thistles with gloves. Hij verwijderde alle distels met handschoenen.
He respects his colleague greatly. Hij respecteert zijn ambtgenoot enorm.