Understand spoken Dutch

Recent Additions

Recording English Dutch Time ago created Learn
to reserve a table een tafel reserveren 3 days 20 hours ago
to book a hotel een hotel boeken 3 days 21 hours ago
I’ve been here for eleven months now. Ik ben hier nu al elf maanden. 1 week ago
I’ve been here for six weeks now. Ik ben hier nu zes weken. 1 week ago
I’ve been here for five days now. Ik ben hier nu al vijf dagen. 1 week ago
I’ve been here for two days now. Ik ben hier nu al twee dagen. 1 week ago
The hotel is located opposite the train station. Het hotel ligt tegenover het treinstation. 1 week ago
the entrance to the train station de ingang van het treinstation 1 week ago
Is the train station far away? Is het treinstation ver weg? 1 week ago
Let’s meet at the train station. Laten we elkaar op het treinstation ontmoeten. 1 week ago
I’m at the train station. Ik ben op het treinstation. 1 week ago
Can I buy a ticket on the train? Kan ik een kaartje kopen in de trein? 1 week ago
Can I buy a ticket on the bus? Kan ik een kaartje kopen in de bus? 1 week ago
She can inherit the property. Ze kan het eigendom erven. 1 week ago
Who will inherit the crown? Wie zal de kroon erven? 1 week ago
They want to inherit the farm. Ze willen de boerderij erven. 1 week ago
She will inherit the house. Zij zal het huis erven. 1 week ago
to inherit a house een huis erven 1 week ago
the orders of a superior de bevelen van een meerdere 1 week ago
A soldier obeys orders. Een soldaat gehoorzaamt bevelen. 1 week ago
The soldiers obeyed the orders without hesitation. De soldaten gehoorzaamden de bevelen zonder aarzeling. 1 week ago
turkey feathers kalkoenveren 1 week 1 day ago
Every year for Thanksgiving we roast a turkey. Elk jaar met Thanksgiving braden we een kalkoen. 1 week 1 day ago
We're having turkey for dinner tonight. Vanavond eten we kalkoen. 1 week 1 day ago
She fed the turkey yesterday. Ze heeft gisteren de kalkoen gevoerd. 1 week 1 day ago
It was hard. Het was moeilijk. 1 week 1 day ago
It was yesterday. Het was gisteren. 1 week 1 day ago
It was good. Het was goed. 1 week 1 day ago
days, weeks and months dagen, weken en maanden 1 week 1 day ago
The left lane is closed. De linker rijstrook is afgesloten. 1 week 1 day ago
top left corner linksboven 1 week 1 day ago
Left or right? Links of rechts? 1 week 1 day ago
My house is on the left. Mijn huis staat aan de linkerkant. 1 week 1 day ago
The door is on the left. De deur bevindt zich aan de linkerkant. 1 week 1 day ago
I turned left. Ik sloeg linksaf. 1 week 1 day ago
a hospital bed een ziekenhuisbed 1 week 1 day ago
in the hospital in het ziekenhuis 1 week 1 day ago
They went to the hospital. Ze gingen naar het ziekenhuis. 1 week 1 day ago
He is in the hospital. Hij ligt in het ziekenhuis. 1 week 1 day ago
She works in a hospital. Ze werkt in een ziekenhuis. 1 week 1 day ago