Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - H

0 (1) 1 (23) 2 (4) 3 (7) 4 (9) 5 (6) 6 (4) 7 (6) 8 (4) A (1338) B (609) C (979) D (669) E (430) F (563) G (332) H (807) I (1361) J (101) K (63) L (419) M (578) N (313) O (328) P (722) Q (29) R (431) S (1457) T (5876) U (122) V (114) W (845) Y (299) Z (13)
English Dutch Recording Learn
He interrupted the speaker with frequent questions.

Hij onderbrak de spreker telkens met vragen.

he is

hij is

He is a big coward.

Hij is een grote lafaard.

He is a brave man.

Hij is een dappere man.

He is a fast runner.

Hij kan snel rennen.

He is a fool.

Hij is een dwaas.

He is a good writer.

Hij is een goede schrijver.

He is a mighty sorcerer.

Hij is een machtige tovenaar.

He is all alone abroad.

Hij zit moederziel alleen in het buitenland.

he is always boasting about that

daar loopt hij altijd over te pochen

He is always punctual.

Hij is altijd op tijd.

he is approaching

hij nadert

He is chubby.

Hij is mollig.

He is dependent on his father.

Hij is afhankelijk van zijn vader.

He is dishonored.

Hij is onteerd.

He is fake.

Hij is nep.

He is on the edge of the abyss.

Hij staat op de rand van de afgrond.

He is overconfident.

Hij is overmoedig.

He is poor, to be sure, but he is happy.

Hij is uiteraard arm, maar hij is gelukkig.

He is responsible for it.

Hij is daarvoor verantwoordelijk.

He is so young and looks so beautiful!

Hij is zo jong en ziet er zo prachtig uit!

He is somewhere about.

Hij is hier ergens.

He is still in intensive care with a brain haemorrhage and a fracture to his skull.

Hij ligt nog steeds op intensieve zorg met een hersenbloeding en een breuk in zijn schedel.

He is tired and hungry and especially confused.

Hij is moe en hongerig en vooral in de war.

He is totally dependent on his parents.

Hij is volledig afhankelijk van zijn ouders.

He is very frugal, but not stingy.

Hij is erg zuinig, maar niet gierig.

He isn’t smart enough to add up numbers in his head.

Hij is niet verstandig genoeg om getallen in het hoofd op te tellen.

He judges harshly.

Hij vonnist streng.

He jumped up furiously.

Hij sprong woedend overeind.

He keeps surprising me.

Hij verrast mij telkens weer.

He kept silent during the meeting.

Hij zweeg tijdens de vergadering.

He knew that Dumbledore would immediately see through that excuse.

Hij wist dat Perkamentus die smoes onmiddellijk zou doorzien.

He knows everything.

Hij weet alles.

He laughed exuberantly.

Hij lachte uitbundig.

He laughed joylessly.

Hij lachte vreugdeloos.

he laughed so much that he could hardly move

hij moest zo vreselijk lachen dat hij zich nauwelijks kon verroeren