Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

- (1) . (1) 0 (1) 1 (74) 2 (21) 3 (24) 4 (24) 5 (21) 6 (21) 7 (21) 8 (21) 9 (20) A (150) B (73) C (142) D (78) E (54) F (71) G (37) H (52) I (56) J (17) K (7) L (30) M (74) N (20) O (40) P (85) Q (2) R (50) S (115) T (777) U (15) V (13) W (66) Y (24) Z (3) (1)
English Dutch Recording Learn
a bank

een bank

a boiled egg

een gekookt ei

a bus

een bus

a chicken

een kip

a contract

een contract

a cow

een koe

a flower

een bloem

a fork

een vork

a fried egg

een gebakken ei

a friend

een vriend

a hot chocolate

warme chocolademelk

a knife

een mes

A large glass of beer please.

Een groot glas bier alstublieft.

a lemonade and cordial

limonade met vers geperst sap

A lemonade, please.

Limonade aub.

A license is an official permission from the government to carry out a particular activity.

Een vergunning is een officiële toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren.

A lie has no legs.

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

a little less please

een beetje minder alstublieft

a little more please

een beetje meer alstublieft

a lot of

veel

a man

een man

a menu please

een menu aub

a mouse

een muis

a pro-active approach

een pro-actieve aanpak

a purse

een handtas

A reconstruction of an eventful day.

Een reconstructie van een bewogen dag.

a room

een kamer

a sheep

een schaap

a student

een student

a table

een tafel

A table for four please.

Een tafel voor vier aub.

A table for one, please.

Een tafel voor één, alstublieft.

A table for three please.

Een tafel voor drie aub.

A table for two please.

Een tafel voor twee aub.

A tea with milk, please.

Een thee met melk, alstublieft.

a television

een televisie